Evert van Kuijk
Poolstraat 59, 1018LR, Amsterdam, tel. +31 (0)20-6277507, e-mail:

 





Amsterdam, 29 november 2009



Welkom op mijn website. Ik geef u een overzicht van recente ontwikkelingen en lopende activiteiten. Er zijn aparte rubrieken voor SCHRIJVEN, FOTOGRAFEREN, en FILMEN. Daaronder treft u een korte uiteenzetting aan over ONDERLINGE VERBANDEN, en ten slotte een beknopte LEVENSLOOP met een selectie van publicaties UIT HET ARCHIEF.



recente ontwikkelingen:


Amsterdam, 2008/2011


In mijn film Mijn stad heeft duizend gezichten tracht ik alles wat op dit moment leeft en speelt in de wereld een menselijk gezicht te geven, met als werkterrein de microkosmos van onze kosmopolitische hoofdstad Amsterdam: bovengronds, onderhuids, alledaags, bijzonder, van laag tot hoog.


Op gepaste momenten stel ik impliciet of expliciet de vraag: 'Identiteit, wat is dat eigenlijk?' In zijn huiselijke variant: 'Wat heb je van je vader, wat heb je van je moeder, wat heb je zelf ontdekt? Wie waren/zijn je grote voorbeelden, wie je leermeesters? Wat was/is je grote doel in 't leven? Hoe pak(te) je het aan? Leven, hoe leer(de) je dat eigenlijk?'

Maar meestal heb je zulke paardenmiddelen en breekijzertjes helemaal niet nodig om direct ter zake te komen en dankbaar je ogen en je oren te gebruiken.


Afgelopen maanden heb ik al uren film volgeschoten en met een groot aantal mensen uitvoerig plannen gemaakt die klaar liggen om uitgevoerd te worden. Het eindresultaat zal een serie worden van vele hoofdstukken die elk afzonderlijk op eigen benen kunnen staan en overal kunnen worden uitgezonden of vertoond.

Als aspirant-filmer laat ik me zelf inspireren door (1) Wim Wenders die, diepgravend en visueel, extra gestimuleerd door dichterlijke teksten van Peter Handke, het toenmalige Duitsland onderzocht in Der Himmel über Berlin (1987), (2) Jean-Luc Godard, die in zijn hoogtijdagen het alledaagse leven in Parijs confronteerde met universele politieke, ideologische en existentiële vragen, (3) De Italiaanse Neo-Realisten, die kunst en leven op onovertroffen wijze bij elkaar brachten. Nederland heeft zoals bekend zijn eigen traditie in de film, die o.a. ter sprake komt in: Thomas Elsaesser, European Cinema. Amsterdam University Press (2005), en die in mijn film tussen de bedrijven en de regels door in het identiteitsonderzoek zal worden betrokken.


De film Mijn stad heeft duizend gezichten is een hernieuwde kennismaking met de zogenoemde 'cinéma vérité', waarvan Wikipedia summier de volgende omschrijving geeft: 'a style of documentary filmmaking, combining naturalistic techniques with stylized cinematic devices of editing and camerawork, staged set-ups, and the use of the camera to provoke subjects. It is also known for taking a provocative stance toward its topics. In French the term means, roughly, "cinema of truth".'


Desgewenst geef ik graag meer informatie en stel ik u op de hoogte van de vorderingen.




respons fotoboek Spui, Amsterdam



HOFLAND

Boekenmarkt



Zomer en winter, weer of geen weer, iedere vrijdag is op het Spui in

Amsterdam de boekenmarkt. Ik heb geen boek nodig, ik loop langs de

kramen, louter voor mijn gevarieerd plezier. Zie een kinderboek met een

held die ik destijds verachtte; een atlas die ik wel had willen hebben als ik

veertig jaar jonger was geweest; een paar goed bewaarde tijdschriften

met de kleur, de typografie, de adem van de jaren zestig; ook oude

Panorama's, op een andere manier even historisch; de ruggen van een

paar romans die ik uit de kast van mijn grootvader herken; niets waarvan

ik pas zou weten dat ik het zocht op het ogenblik dat ik het zou

herkennen. Maar dat kan nog komen. De schok der herkenning, heeft

Edmund Wilson die ervaring genoemd. In de liefde heet het coup de foudre.

In de handel is dit het ogenblik waarop je wordt overvallen door de

overtuiging dat je iets wilt hebben. Ik hoop dat ik ervoor gespaard blijf.

Op de dag van de boekenmarkt hoort het Spui tot de vredigste plaatsen

van misschien wel de hele wereld. Hier wordt niet geschreeuwd. Er is

geen handelaar die harde muziek uit een installatie laat komen. Er is wel

straatmuziek maar dat is iets anders. Het grootste deel van het publiek

ziet er wat verfomfaaid uit. Niemand heeft haast; er is geen spoor van de

bezetenheid waardoor het openbare leven hoe langer hoe meer wordt

gekenmerkt. Ook geen verstikkende vroomheid. Geen mens die zich al

individualiserend op de volgende originele manier probeert te bewijzen.

Wat een zegen.

Ik had dat nooit zo uitdrukkelijk beseft, tot me vorige week een boek in

handen werd gedrukt, Spui, Amsterdam - 91 foto's van een wekelijkse

boekenmarkt, door de schrijver en fotograaf zelf, Evert van Kuijk. Soms

heb je een goede fotograaf nodig om goed te kunnen beseffen wat je

gezien hebt. Voor mij is dit hier het geval. In de eerste plaats is het een

fotografisch essay over aandacht, of aandachtige nieuwsgierigheid en de

afwezigheid van iedere kwaadaardigheid. Deze collectieve toestand van

de geest op die paar honderd vierkante meter wordt veroorzaakt door de

gemeenschappelijke belangstelling voor het boek, met welke inhoud dan

ook, maar altijd een dikkere verzameling bladzijden, bij elkaar gehouden

in een band. Ik ga dat verder niet beschrijven;je moet deze verzameling

zelf zien.

Nu de grote vraag. Hoe lang zullen boekenmarkten in deze vorm nog

bestaan? Het gedrukte boek is op zijn retour. Over een jaar of twintig -

het gaat harder dan je denkt - is alles wat ooit gedrukt is, gedigitaliseerd.

Je hoeft je huis niet meer uit om zo'n papieren voorwerp te kopen.

Hetzelfde geldt voor de markt in het algemeen en de boekenmarkt in het

bijzonder. De digitale markten zijn bovendien sneller en gemakkelijker.

Je tikt de naam van een schrijver en een titel in, en meteen wordt je

bedolven onder de aanbiedingen. Over een paar jaar hoef je niet meer

naar het Spui. Dan is het ook met die ouderwetse vrede daar gedaan.

H.J.A. Hofland

NRC, Cultureel Supplement, 4 januari 2008, p. 18



Op vrijdag 2 juni 2006 presenteerde ik mijn fotoboek met zelfgeschreven commentaren Spui, Amsterdam. 91 foto’s van een wekelijkse boekenmarkt. 91 pictures of a weekly book market. Onderwerp is de vrijdagse openluchtmarkt voor bijzondere boeken en prenten in het hart van Amsterdam en alles wat zo’n op het oog eenvoudig verschijnsel door de seizoenen heen oproept. De foto’s werden gemaakt in de periode tussen februari 2002 en mei 2005. Spui, Amsterdam telt negentig pagina's van 25 bij 35 centimeter en binnen dit ruime bestek komt, net als op een veelzijdige boekenmarkt, een grillige stoet van toevalligheden aan de orde, in 91 foto's en dertig pagina's tekst.

Welk vrouwenportretten kozen uitgevers voor de omslag van Tolstojs roman Anna Karenina? Met welke covers, vormgeving en inhoud presenteerden tijdschriften zich ooit, vanuit een eigen en 'eigentijds' idee over wat modern, vertrouwd, tegendraads, aantrekkelijk, schokkend, raadselachtig, of simpelweg 'van belang' was? Een bezoek aan een boekenmarkt gaat gepaard met herinneringen, correcties, herontdekkingen. Welke dingen zijn inmiddels voorgoed geschiedenis en welke dingen keren terug tot op de huidige dag? Welke overbekende, of juist in de vergetelheid geraakte, schrijvers, kunstenaars en fotografen proberen opnieuw, vrij van de hype van de dag, onze aandacht te trekken? Een openluchtmarkt voor bijzondere boeken en prenten is een goudmijn voor een straatfotograaf, want tussen alle uitgestalde handel - een elke week wisselende galerij van signalen uit het verleden - beweegt zich een open verzameling mensen van vlees en bloed, uit alle rangen en standen en uit alle windstreken. Behalve kopers en verkopers kunnen het ook flaneurs en passanten zijn die de verbeelding prikkelen. Een vrouw die de muze van Baudelaire had kunnen zijn zit onverstoorbaar een patatje te eten. Een schoolklas komt langslopen. Reizigers uit ooit exotische streken mengen zich tussen de kopers en monsteren nieuwsgierig de aangeboden waar. Is er vruchtbaarder arbeid te verrichten dan levende mensen vergelijken met hun historische tegenhangers op de omslagen van oude boeken, tijdschriften en prenten? Op een dertigtal foto's spelen boeken, prenten en tijdschriften de exclusieve hoofdrol. Zo'n vijftig andere getuigen van de intieme band tussen mens en boek of prent.

Op woensdag 20 mei 2006 was ik te gast in de studio van DFM Free Interactive Radio, het oudste internetradiostation van Nederland, om met gastheer Mattheus Hemelrijk een uur lang over Spui, Amsterdam te spreken, terwijl op het scherm de luisteraars zich fervent deden gelden.

De eerste bespreker die op Spui, Amsterdam reageerde was Martin Ros in zijn radiorubriek in de Tros Nieuwsshow van 1 juli 2006. Hij verwelkomde het boek om zijn ‘prachtige foto’s’, als van een ‘Engelse superfotograaf’ , ’…ook als de markt besneeuwd is en er vanuit de sneeuw van die verramponeerde figuren opduiken die een hele tas vol boeken kopen om hun zondag door te komen in plaats van naar een dom televisieprogramma te kijken…’ De redactie van het programma signaleerde op de website: ‘Evert van Kuijk heeft op zijn geheel eigen wijze alle facetten van de boekenmarkt in beeld gebracht: de boeken, de kopers, de verkopers en de markt als fenomeen. De ‘bijschriften’ zijn een essay op zich.’

Op 21 juli 2006 werd ik geïnterviewd over fotografie door het Kunst&Cultuur Magazine van Radio Amsterdam FM. De gastheer meende enthousiast een nieuwe Ed van der Elsken op bezoek te hebben. Ik antwoordde dat wie fotografeert - los van zijn eigen kwaliteiten - onvermijdelijk ook af en toe ín gesprek is met een koor van roemruchte grote fotografen en kunstenaars.

Op grond van interviews besteedde het huis-aan-huisblad De Echo van 16 augustus 2006 - ’Woord en beeld zijn gelijkwaardig’ - en Het Parool van 9 september 2006 - ‘Antropoloog op de boekenmarkt’ - aandacht aan Spui, Amsterdam. Het vrouwelijke journalistenduo van Het Parool - Corrie Verkerk en Hanneloes Pen - was vooral onder de indruk van de portretten in woord en beeld van enkele markante handelaren, ‘sommigen met een nog unieker verhaal dan hun bijzondere uitgaven’.

Peter-Paul de Baar schreef voor Ons Amsterdam in het nummer van oktober 2006 een reactie op Spui, Amsterdam, die noch een adequate signalering noch een eerlijke recensie genoemd kan worden. De teneur van De Baars stukje is dat Van Kuijk in zijn commentaren 'geregeld Michelangelo en Rembrandt als gewaardeerde kunstbroeders aanhaalt' en dat het de vraag is 'of de kwaliteit van de foto's nu zo'n groot formaat full colour rechtvaardigt'. Van Kuijk kwam 'minder voor de boeken dan voor de bezoekers'. Over alle 91 teksten deelt De Baar slechts mee dat hij ze 'breedvoerig' vindt. Inderdaad wordt eenmaal een foto van een buiten in de vrieskou lezende shopping bag lady vergeleken met een portret door Rembrandt van een veilig binnenshuis in de Bijbel verdiepte oude vrouw. Elders wordt Leonardo da Vinci geciteerd met betrekking tot de ideale weersomstandigheden op een schilderij. Uitspraken van schrijvers, schilders en fotografen duiken op als ze in het verhaal passen, evenals minstens zoveel zaken die men gewoonlijk niet tot de ´hoge´ cultuur rekent, of zelfs maar opmerkt en vermeldenswaard acht. Over het ware karakter van Spui, Amsterdam komen de lezers van Ons Amsterdam door de kortaangebondenheid van Peter-Paul de Baar helemaal niets te weten. In een 'maandblad over heden en verleden van Amsterdam' zou men een meer afgewogen verslag verwachten over de nieuw verschenen boeken.

Gelukkig hadden kort daarvoor vanuit de ether opnieuw zeer positieve geluiden geklonken. In een uitgebreide bespreking in het NPS-radioprogramma Kunststof van 22 september 2006 prees Chris Bajema idee en uitwerking van Spui, Amsterdam. ’Het mooie van een boekenmarkt is de verwondering over de boeken en mensen waar je onverwachts op stuit. Evert van Kuijk heeft dat proces - hoe de geest werkt van iemand die op een boekenmarkt rondloopt - zeer goed getroffen en op voortreffelijke en aanstekelijke wijze uitgewerkt.‘ Bajema was met name ook zeer te spreken over de combinatie van de foto’s en de teksten achterin het boek ‘waarin de fotograaf zelf alle 91 foto’s stuk voor stuk ontleedt en analyseert en voorziet van beheerste maar uiterst intrigerende of ontroerende bijschriften en commentaren‘. Bajema gaf daarvan een groot aantal voorbeelden, te beluisteren via internet in het archief van Kunststof. Hoofdgast die avond was de schilder Co Westerik, die met instemming zijn blik liet gaan over een aantal door boekbespreker Bajema getoonde foto’s van Spui, Amsterdam.

Mensen zonder koudwatervrees voor abstracte termen kunnen Spui, Amsterdam ook beschouwen als een bescheiden verkenning in de retorica, de vaardigheid om iets in de meest gepaste vorm aan de orde te stellen. Hoe wordt een goed verhaal verteld? Wat maakt iets tot een veelzeggende afbeelding? Wat kan een tekst toevoegen aan een foto? 'Idealiter', aldus de omslagtekst van Spui, Amsterdam, 'zijn de cultuur van het beeld en de cultuur van het woord als twee goede vrienden die elkaar aanvullen, elk met zijn eigen kwaliteiten en beperkingen.' Gaandeweg werd Spui, Amsterdam een autobiografie van een fotograaf en zijn verstandhouding met een terugkerend ritueel op een plein, een mikrokosmos, een laboratorium om de wisselwerkingen te onderzoeken tussen verandering en identiteit, tussen werkelijkheid, ideologie, fictie en kunst.

Spui, Amsterdam werd uitgegeven door een drietal medewerkers van de gerenommeerde drukkerij Kwak & Van Daalen & Ronday te Zaandam. Het werd in een royale oplage gedrukt en is onder ISBN 978-90-809946-6-9 via elke boekhandel leverbaar voor 12,50 Euro. Vooral in de eerste maanden is Spui, Amsterdam zeer goed verkocht, sindsdien toont het zich in de ware boekhandels een steady seller, een boek dat gestaag blijft verkopen. Ondertussen krijgt het in een groeiend aantal bibliotheken een plaats. De maker houdt desgewenst lezingen in zaaltjes, winkels en huiskamers.

Bronnen:

DFM Free Active Radio: uitzending van 30 mei 2006,

Tros Nieuwsshow van 1 juli 2006,

Kunst&Cultuur Magazine van Radio Amsterdam FM van 21 juli 2006,

De Echo van 16 augustus 2006,

Het Parool van 9 september 2006,

Ons Amsterdam van oktober 2006,

NPS-radioprogramma Kunststof van 22 september 2006.



Externe links: www.kdrprint.nl

Jaap Ronday, jaap@kdrprint.nl



Spui, Amsterdam

91 foto's van een wekelijkse boekenmarkt

91 pictures of a weekly book market









schrijven:



1

Waarom Herman Gorter geloofde in de wereldrevolutie en Nescio niet. Met die vraag als leidraad wilde ik jaren geleden een documentairefilm maken waarin de camera onvermoeibaar het huidige Nederlandse landschap afspeurt naar plekken die ooit Gorter of Nescio inspireerden of die anderszins hun blik op de werkelijkheid bepaalden. Gorter, de radicale visionair, tegenover Nescio, de melancholieke twijfelaar. Een studie in verwantschap en contrast.

De kwestie blijft actueel. Het voor de film verzamelde materiaal is nu uitgangspunt geworden voor een tekst die op eigen benen kan staan. De verleiding van de utopie. De open samenleving en haar vijanden. Vergankelijkheid en vooruitgangsgeloof.



2

Werktitel: Het Toba-Bataksche Huis.

In een exotische, fraaie houten kist van indrukwekkende afmetingen, tot de rand gevuld met zorgvuldig gestapelde dozen, albums en mappen, bewaart mijn familie van moederskant gedenkwaardigheden met betrekking tot hun bestaan in de jaren 1920 en 1930 op Sumatra. Pas zeer onlangs, rond het overlijden van mijn moeder in 2003, heb ik de inhoud van die kist eens systematisch doorgespit. Gelukkig had mijn moeder tien jaar daarvoor al - opvallend laat, maar niet te laat - veel over haar eigen herinneringen aan die periode verteld.

In de kist trof ik vier efficiënte verzamelboekjes van Kodak aan met daarin meer dan 300 grote nitraatnegatieven. Stuk voor stuk legde ik de foto's op de scanner, oude en nieuwe landkaarten van Sumatra binnen handbereik, al te summiere bijschriften ontcijferend, familieleden van mijn moeder raadplegend, en steeds vaker verzeild rakend in serieuze literatuur over het onderwerp.

De foto's tonen aandacht voor (1) de inheemse bevolking, ''inlanders", individueel of in groepen poserend voor hun Nederlandse assistent-resident, (2) de aanleg van wegen, waterleidingen, elektriciteit, openbare gebouwen, plantages, (3) de omgang van Nederlanders met elkaar en met andere bevolkingsgroepen, (4) de imposante natuur rond het hooggelegen en legendarische Tobameer, Danau Toba, omsloten door slapende, eeuwenoude vulkanen.

Wat is de betekenis van deze vastgelegde tijd - Europeanen die in Azië de dienst uitmaken, de introductie van allerlei moderne verschijnselen, een groeiend besef van principiële rechten die voor alle mensen gelden - in het perspectief van de wereldgeschiedenis en in de ontwikkeling van Indonesië, waarin de aanwezigheid van de Nederlanders inmiddels niet meer of minder is dan een koloniaal intermezzo? Want al meer dan een miljoen jaar lang is Indonesië het terrein van menselijke activiteit.

In 1920 schreef mijn grootvader als jonge "controleur" op verzoek van het "bureau voor de bestuurszaken der buitengewesten" de eerste van een serie brochures die de waarde van het ''eigen karakter onzer inheemsche architectuur" moesten benadrukken. Want bij alle vooruitgang op het gebied van economie en volksgezondheid zou de sierlijke, doordachte en doelmatige Indonesische bouwkunst ten onrechte het slachtoffer kunnen worden van ''eene overheersching van onze Westersche begrippen''. Het zou veel beter zijn om de rijkdom van op het plaatselijke toegesneden tradities juist te kiezen als uitgangspunt voor een verdere ontwikkeling.

Niet helemaal toevallig begon deze oproep tot een renaissance van lokale architectuur destijds bij Het Toba-Bataksche Huis. Want, zoals de brochure stelt, "Allen, die wel eens de Bataklanden bezochten, zullen zeker getroffen zijn geweest door de monumentale bouw-werken van het Bataksche volk, zich zoo geheel aanpassend aan de lijnen van het omgevende landschap met zijn machtige vulkaansilhouetten. Een harmonisch aangebrachte versiering, welke nog veelal haar oorsprong vindt in de oude religieuze en mythische voorstellingen van dit volk, verhoogt de schoonheid van het gebouw".

Let wel, men drong niet alleen aan op behoud, op zichzelf belangrijk genoeg, maar vestigde bovendien de aandacht op een mogelijke inspiratiebron voor de toekomst. Een mooi streven dat ook goed past binnen het grondbeginsel van het huidige onafhankelijke Indonesië, ''het rijk van 17.508 eilanden'', waar men de eenheid in navolging van een 14de eeuwse Javaanse dichter zoekt in verscheidenheid.

Dezelfde mantra, eenheid in verscheidenheid, klinkt ook hoopvol bij de eenwording van Europa, nadat hij eerder in het voormalige Joegoslavië op desastreuze wijze zijn bezielende en goddelijke kracht verloor.

Doel: tekst.


Kennismaking met werk en persoonlijkheid van de veelzijdige Indonesische dichter, schrijver en journalist Sitor Situmorang (Harianboho, 1924), die het onafhankelijke Indonesië mede heeft vormgegeven, gaf dit onderzoek een extra impuls. Zijn vader, eigenzinnig clanhoofd van de Bataks, had ooit contact met mijn grootvader, de Nederlandse 'assistent-resident van de Bataklanden'.








Sitor Situmorang in 1952 en 2006

3

Olanda, paese della tolleranza. In het academische jaar 1989-1990 was ik docent ''Nederlandse letterkunde en film'' aan de universiteit van Triëst,. Deze oude havenstad van het voormalige Habsburgse Rijk, tot de ondergang van de Habsburgers in de Eerste Wereldoorlog bestuurd vanuit Wenen, ligt inmiddels in vooral slapende toestand in het uiterste noordoosten van Italië, op de grens van drie culturen waarvan er tijdens mijn verblijf in Italië maar liefst twee flink op drift geraakten. Midden-Europa bevrijdde zich van het sovjetjuk en haalde opgelucht adem, maar op de Balkan brak prompt een verbeten en bloedige etnische burgeroorlog uit. De eerste schoten vielen al in 1990, de zomer dat ik na een prachtige zonnige bootreis vanuit Triëst zuidwaarts over de Adriatische Zee, gastcolleges gaf aan de kust van Montenegro aan Joegoslavische studenten Nederlands en professionele literaire vertalers.

De Nederlandse beschaving vertegenwoordigen in die periode van omwentelingen en dan bovendien in Triëst, een stad die niet ten onrechte wordt omschreven als een metafoor van ontheemdheid. Wat zijn in zo'n context de mogelijkheden - en hoe luiden de zelfbespiegelingen - van een docent in de Nederlandse cultuur te midden van collega's uit Engeland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Rusland, Slovenië en Italië, elk met hun eigen historische en culturele troefkaarten?

"Engeland?"
"Shakespeare"
"Spanje?"
"Don Quichot"
"Rusland?"
"De grote romanschrijvers uit de 19de eeuw"

Op dat moment - lang vóór de moorden op ''beoogd minister-president'' Pim Fortuyn en onafhankelijk filmer en columnist Theo van Gogh - gold Nederland voor buitenlanders bij uitstek als het land van tolerantie. Het land waar Spinoza, Descartes en Anne Frank een gastvrij onthaal hadden gekregen. Waar al eeuwen lang elke mening verkondigd en gedrukt kon worden.
'Wat weet je van Nederland?"
"Voor mij is Nederland het land van de tolerantie".
"En verder?"
"Grote schilders. Een gouden eeuw. Nederlanders zijn grote wetenschappers en grote reizigers, kosmopolieten. Vroeger, maar nu nog altijd. Ga naar welke plek ook ter aarde en je komt vroeg of laat een Nederlander tegen. Ik vind Nederlanders tolerante en nieuwsgierige wereldburgers''.

Wat houdt tolerantie wel of niet in? Wat levert het op? Minstens zo belangrijk voor een cultureel ambassadeur is de vraag: welke boeken, gedichten, films en schilderijen, welke kunstenaars en intellectuelen kan ik buitenlanders aanraden om ze in contact te brengen met het meest wezenlijke en het beste van de Nederlandse beschaving? Hoe kan ik ze zo veel mogelijk onvergetelijke persoonlijke ervaringen bezorgen?

Ondertussen speelde dit persoonlijke avontuur zich af in Italië, een van de rijkste culturen ter wereld, door de eeuwen heen voor reizigers uit alle windstreken een oord van onmetelijke schoonheid en van revitalisatie, opnieuw geboren worden.

Doel: tekst.

4

Autobiografische berichten uit een actueel verleden.

Zoals gelukkig steeds meer mensen beseffen is de eigen jeugd of de eigen adolescentie – en in algemene zin het verleden – niet , zodra de betreffende periode achter de rug is, voor eens en voor altijd 'verboden tijd'. Het geheugen is geen proces-verbaal, maar integendeel een bron van inspiratie en kennis, ingegeven door de stand van zaken, de mogelijkheden en de verlangens van het heden.

Rond de onherroepelijke feiten ligt een domein van veronachtzaamde gegevens, dimensies en interpretaties, een terrein dat op ieder gewenst moment – voor het eerst of eindelijk eens goed – kan worden betreden. Het gebod 'word jezelf' geldt – binnen de grenzen van het mogelijke – ook voor ons geheugen en voor het verleden.

Tijd voor een voorbeeld.

Als kleuter reeds moet ik de foto's van Nico Jesse in het vermaarde boek Vrouwen van Parijs gewaardeerd hebben. Mijn moeder betrapte me ooit terwijl ik een vriendje, zoon van de hoofdredacteur van de plaatselijke krant, routineus naar de foto 'leerlingen aan het werk in het atelier van Zadkine' leidde. Mijn moeder monsterde mijn lesmateriaal en moest hard lachen. Op de foto zien we leerlingen van Zadkine bij het tekenen van een naakte vrouw, die mooi rechtop op een hoge houten kruk zit, het front van haar lichaam gericht naar Zadkine en zijn leerlingen, terwijl ze ons haar lange zwarte haar, rug en naakte billen toont.

Een herinnering uit vele. Maar het boek Vrouwen van Parijs bestaat nog altijd. En ik ook. Het kan niet anders of ik verander – en dus ook mijn geheugen – zodra ik Vrouwen van Parijs nauwkeuriger ga bestuderen. Ook in mijn kleuterjaren kan mijn interesse zich onmogelijk tot foto nummer 15 beperkt hebben. En inderdaad, bij nadere beschouwing herinner ik me veel meer foto's, Een koele, onverstoorbare studente in coltrui die achter een klein, overvol bureautje op een lichtgewicht typemachine een uittreksel maakt en volgens het bijschrift 'uit een gegoede familie' komt. Op de bladzij daartegenover een 'jong gehuwd paar in hun eenvoudig interieur', man en vrouw als in een film samen aan een simpele keukentafel, beiden mocassins aan de voeten, open balkondeuren met uitzicht op een stadse boulevard. Zij schrijft, hij leest. Als ervaren acteurs, of misschien volmaakte amateurs, kijken ook zij nadrukkelijk niet in de lens. Het beeld van het toenmalige Parijs.

Het boek toont een tijd die ik zelf niet heb meegemaakt – de hoogtijdagen van Juliette Gréco en Anouk Aimée – en behoort hoe dan ook tot de keuzes van mijn ouders. Toch maakt het deel uit van mijn ontwikkeling, alleen al omdat het allerlei associaties oproept.

Iedereen kent de volgende vragen: waar en wanneer werd ik geboren? Hoe vond ik mijn weg? Wie waren mijn ouders? Hoe hebben zij zich op hun beurt gevormd, zich losmakend van hun eigen ouders? Wie waren mijn vrienden en vriendinnen? Wie zijn nu mijn vrienden en vriendinnen? Wat is mijn bestemming in het leven en hoe en wanneer kwam ik daarachter? Wat kan ik inmiddels wel en wat kan ik niet? Waar liggen mijn grenzen?

Je eigen ontwikkeling opnieuw doormaken, opnieuw je weg vinden, alsof het onbekend terrein betreft. Ditmaal neemt de doortastende volwassene het materiaal ter hand. Een kwestie van zich herinneren, ontdekken, tot leven wekken. Life is elsewere, noemde iemand zijn autobiografie. Bekende alternatieven zijn: Uit mijn kinderjaren, Bekentenissen van een gemaskerde, The Catcher in the Rye, Unended Quest, Dichtung und Wahrheit, Iemand, niemand en honderdduizend.

Doel: kortere en langere teksten.



fotograferen:

1

adolescenten

Wat betekent het om in deze tijd volwassen te worden? De ontwikkeling door te maken van jeugd naar volwassenheid? Je voor te stellen hoe je leven er over tien jaar uitziet? Hoe willen adolescenten van nu de wereld gaan veroveren?

Hoe breng je als volwassene een adolescent in beeld?

Na ruim een jaar feitelijke ervaring ben ik zeer gemotiveerd mijn eerste verkenning van dit onuitputtelijke thema af te ronden. Onuitputtelijk, alleen al omdat er op deze wereld altijd ontelbare adolescenten zullen zijn die onder ontelbare verschillende omstandigheden opgroeien.

Onder een adolescent versta ik iemand tussen jeugd en volwassenheid, geen kind meer en in de regel druk in de weer op alle mogelijke terreinen volwassen te worden. Volgens mijn Engelse woordenboek is een adolescent ''youthful'', ''growing up'', ''immature''. Ofwel: ''jong'', ''in ontwikkeling'', ''onvolwassen''. De exacte leeftijdsgrenzen van de adolescentie zullen per tijd en plaats verschillen.

Natuurlijk bekijk ik, onophoudelijk en steeds opnieuw, voorbeelden van foto's en fotoseries uit de gedenkwaardige traditie.

In Nederland heeft het fotografische debuut van Johan van der Keuken, Wij zijn 17 (1955), onmiddellijk grote indruk gemaakt en opmerkelijke reacties opgeroepen. In 1982 toonde een fotobijlage van Vrij Nederland ''Zeventien portretten'' door André Bogaerts van jongeren uit dezelfde leeftijdscategorie. Ditmaal zaten de Amsterdamse modellen niet op het Barlaeus Gymnasium of het Montessori Lyceum maar op de IVKO-school, ''waar veel aandacht wordt besteed aan de expressievakken''. Reinier Gerritsen mocht in 2002 scholieren van het ROC fotograferen en burgemeester Cohen constateerde in het voorwoord: "Gemotiveerd als deze jongeren zijn om iets van hun toekomst te maken, kiezen ze voor een beroepsopleiding''. En: ''Dit is een generatie die leert zijn eigen mengvorm te vinden. Staan de uiterlijkheden ook voor innerlijke ontwikkelingen?''

Voor wie zich intensief met een bepaald onderwerp bezighoudt, is elke behandeling van hetzelfde thema door anderen van belang, een referentiepunt in positieve of negatieve zin.

Het beeld dat ik van de adolescentie geef is uiteraard subjectief bepaald. Daarnaast speelt het toeval een grote rol. De foto's roepen bij iedereen wel reacties op, die ik zorgvuldig registreer. Zoals bekend zijn er over de adolescentie veel clichés in de omloop. Ik ben voortdurend op zoek naar de wijze waarop adolescenten zich tussen die veronderstelde feiten en meningen een eigen weg zoeken.


2

Blijven zoeken / The Ongoing Search for Rarities.

Al veertien jaar lang vindt midden in Amsterdam wekelijks een openluchtmarkt plaats voor bijzondere boeken en prenten."Elke vrijdag boekenmarkt op het Spui", zoals de tekst op de plastic tassen luidt. Het fenomeen begon mij te interesseren in al zijn schijnbare eenvoud. Ik besloot met de camera in de hand vragen te beantwoorden als:

(a) wat gebeurt hier wel en wat gebeurt hier niet?
(b) heeft het zin?
(c) heeft het toekomst?

Ofwel: Hoe verandert langzaam maar onherroepelijk de aanblik en wellicht ook de functie van wat wordt omschreven als de interessantste reguliere markt voor bijzondere boeken en prenten in Nederland? Een bepaald type boekenverzamelaar sterft misschien uit of zoekt zijn heil elders. Maar wie goed kijkt op het Spui ziet ook nieuwe klanten en mogelijkheden.

Na ruim een jaar observatie onderscheid ik de volgende feiten en omstandigheden:

Er zijn (1) vaste handelaren en (2) invallers, (3) reguliere klanten met al of niet specifieke wensen, (4) passanten, waarvan sommige wel degelijk (5) een boek ter hand nemen of (6) intensief prenten of langspeelplaten bestuderen.

Natuurlijk, je zou een fotoserie kunnen maken uitsluitend van mensen die in het openbaar een boek lezen. Maar ik koos bewust voor een documentatie van alle facetten van de markt. En dat zijn er heel wat.

Er zijn (7) mensen die slechts, of vooral, voor een praatje naar de markt komen, om naar andere mensen te kijken of door anderen bekeken te worden. Dat laatste al of niet verzonken in lectuur of andere zelfbetrokken of intieme activiteiten.

Er zijn (8) muzikanten. Er is, niet te vergeten, handel (9).

Een wekelijks terugkerende openluchtmarkt heeft voorts te kampen met (10) geschreven en ongeschreven omgangsregels, (11) voorziene en onvoorziene weersomstandigheden, (12) de opbouw 's ochtends en het weer opbreken aan het eind van de middag, (13) ingrijpende menselijke omstandigheden tot en met plotseling overlijden, (14) voorziene en onvoorziene schommelingen in het aantal en het soort klanten en (15) hun wensen en bestedingspatroon.



Voor beide onderwerpen, zowel voor de adolescenten als voor de boekenmarkt, is het einddoel (a) een galerij van circa 30 elk op zichzelf unieke foto's die met elkaar een verhaal vertellen en die uiteraard her en der geëxposeerd en gepubliceerd kunnen worden en (b) een handzaam en scherp geprijsd boekje met daarin het gehele verhaal van de serie.

Het tegelijkertijd werken aan twee fotoseries is een welkome sleutel gebleken tot verdieping van de blik. Aan de ene kant de kwetsbare en dappere adolescenten, aan de andere kant de door weer en wind en economische tegenslagen geharde handelaren en hun handel en wandel. In beide gevallen is leven een kwestie van niet versagen en steeds maar weer opnieuw durven tonen dat je er bent.



filmen:



Zie boven onder recente ontwikkelingen.



onderlinge verbanden:



In deze tijd is het belangrijk je opvattingen over het leven paraat te hebben. De wereld is volgens mij gebaat bij nieuwsgierigheid, bereidheid kennis en opvattingen te toetsen aan ervaring en de inbreng van anderen, permanente verfijning van onze zintuigen, het vermogen paradoxen te onderkennen, het streven naar wellevendheid, de erkenning en waardering van de onderlinge verbondenheid van alle dingen en verschijnselen.



levensloop:



In mijn geboorteplaats Dordrecht doorliep ik het gymnasium. Op een gegeven moment las ik Griekse en Romeinse schrijvers alsof het de krant was, in elk geval in vertaling. Vereenzelviging met vele klassieke helden en schrijvers.

Wie in die dagen 'alfa' koos, met veel aandacht voor talen, liet daarmee de mogelijkheid 'bèta' vallen, en bleef zijn verdere leven een onbekende in de wereld van de wis- en natuurkunde of compenseerde dit tekort door juist gretig elke volgende populaire bestseller over de natuurwetenschappen in huis te halen.

Mooie jeugdervaringen in de Dordtse Toonkunst Muziekschool, waar de mogelijkheden van ons toonsysteem proefondervindelijk en nauwgezet werden gedemonstreerd, met zo'n twintig kinderen achter de pauken, xylofoons en cimbalen, of gewoon in een rij opgesteld de verschillende kerktoonladders zingend.

Sinds enige tijd opnieuw intensief contact met een van mijn docenten klassieke talen, met wie ik ook vroeger al goed over de meest uiteenlopende zaken kon praten.

Aan de Universiteit van Amsterdam deed ik doctoraalexamen in de Nederlandse Taal- en Letterkunde met als (verzwaarde) bijvakken musicologie en audiovisuele wetenschappen.

Mijn eindscriptie Moderne Letterkunde ging over de metaforen ofwel de 'beeldspraak' waarmee Theo van Doesburg – gesprekspartner van Piet Mondriaan en de drijvende kracht achter De Stijl – trachtte zijn proza een lucide en ontregelend karakter te geven, een welgemeende poging tot Nederlands surrealisme.

Voor musicologie analyseerde ik de hele opbouw van de Mikrokosmos van Béla Bartók, zes albums met pianomuziek, door Bartók opgezet als inwijding in wezen en structuur van zijn muziek.

Praktisch onderricht in fotografie en film kreeg ik in 'De Moor', een destijds veelzijdige en zeer open instelling in de Amsterdamse Bethaniënstraat, een laagdrempelige academie waar niettemin eersteklas fotografen en filmmakers doceerden die in voorkomende gevallen telkens weer bereikbaar blijken voor goede raad, uitgesproken meningen en getuigenissen over eigen ervaringen.

Als freelancer leerde ik omgaan met eindredacteuren. Een interessant, pluriform verhaal, dat nu te ver zou voeren. In chronologische volgorde vindt u hieronder enkele artikelen.

In de volgende editie van deze site een bloemlezing van mijn tot nog toe gepubliceerde en geëxposeerde fotografie.



uit het archief:



Was er futurisme in Nederland?

Theo van Doesburg en de “ismen” in de kunst.

Adriaan Ditvoorst verfilmt Maldoror.

Carmiggelt in Italië.

Het Behouden Huis: Nederlandse cultuur in Belgrado.

Scipio Slataper: de verwarringen van een hooggestemde immigrantenzoon.

De Wulz-dynastie en Arturo Giacomelli: fotografen in het Triëst van weleer.